WIE BEN JIJ?

We denken vaak dat we weten wie we zijn. Tot iemand ons vraagt: Wie ben jij? Dan noemen we onze naam. Ons werk. Onze rollen. Onze eigenschappen. Ik ben Anne. Ik ben moeder. Ik ben ondernemer. Ik ben gevoelig. Ik ben creatief. Ik ben sterk. Ik ben onzeker. Ik ben iemand die altijd doorgaat. Maar Anne is mijn naam. Moeder en ondernemer zijn rollen die ik vervul. En sterk, gevoelig, onzeker en creatief zijn woorden waarmee ik mezelf heb leren beschrijven. 

Dus wie ben ik dan?

Dat is de vraag die mij mateloos fascineert. Niet omdat ik geloof dat er ergens één definitief antwoord op ons ligt te wachten. Maar omdat alles verandert wanneer we werkelijk durven kijken naar wie er in ons leeft. Wie kijkt? Wie reageert? Wie verbindt? Wie kiest? En vanuit welke plek in jezelf leef je?

MISSCHIEN BEN JE NIET WIE JE DENKT DAT JE BENT.

We dragen allemaal een verhaal over onszelf met ons mee. Een verzameling overtuigingen, eigenschappen en conclusies die samen zijn gaan voelen als onze identiteit.

  • Zo ben ik nu eenmaal.
  • Ik kan niet tegen kritiek.
  • Ik ben geen leider.
  • Ik moet sterk zijn.
  • Ik ben verantwoordelijk voor iedereen.
  • Ik heb controle nodig.
  • Ik ben slecht in relaties.
  • Ik ben gewoon heel zelfstandig.

Maar waar komt dat beeld vandaan? Je kwam niet blanco op deze wereld. Je werd geboren in een lichaam, in een familie, op een bepaalde plek en in een bepaalde tijd. Vanaf je eerste dag leerde je wat nodig was om liefde, veiligheid, erkenning en verbinding te ervaren.

Je leerde van:

  • je ouders en verzorgers;
  • je familie;
  • school;
  • vrienden;
  • de cultuur waarin je opgroeide;
  • wat waardering opleverde;
  • wat afwijzing opleverde;
  • wat veilig voelde en wat niet;
  • wat je mocht laten zien;
  • en wat je beter verborgen kon houden.

Je leerde wat normaal was. Wat goed was. Wat fout was. Hoe je je hoorde te gedragen. Welke delen van jou welkom waren. En langzaam ontstond er een verhaal:

Dit ben ik.

Maar hoeveel daarvan ben jij werkelijk? Hoeveel heb je onderweg geleerd? En wie zou je zijn wanneer je jezelf niet langer alleen bekijkt door de ogen van alles en iedereen die jou heeft gevormd?

JE DRAAGT MEER MEE DAN JE DENKT.

Onder het bewuste verhaal dat jij over jezelf vertelt, leeft een hele binnenwereld.

  • Je ervaringen.
  • Je herinneringen.
  • Je overtuigingen.
  • Je lichaam.
  • Je automatische reacties.
  • Je beschermingsmechanismen.
  • Je familiegeschiedenis.
  • Je cultuur.
  • Je verlangens.
  • Je angst.
  • Je liefde.
  • Je schaduw.

En waarschijnlijk nog veel meer waarvoor je geen woorden hebt.

Carl Jung maakte onderscheid tussen het bewuste, het persoonlijk onbewuste en het collectief onbewuste.

In je persoonlijke onbewuste bevinden zich ervaringen, gevoelens en delen van jezelf waarvan je je niet altijd bewust bent. Sommige zijn vergeten. Andere zijn verdrongen. En sommige hebben zich vermomd als iets waarvan jij bent gaan geloven:

Zo ben ik gewoon.

Daaronder zag Jung nog een diepere, collectieve laag van de menselijke psyche: patronen en beelden die niet alleen persoonlijk zijn, maar deel uitmaken van onze gedeelde menselijke geschiedenis.

Daar komen zijn archetypen vandaan.

  • De moeder.
  • De held.
  • De wijze.
  • De rebel.
  • De schaduw.
  • Het mannelijke.
  • Het vrouwelijke.

Verschillende menselijke krachten die allemaal in ons kunnen leven en op verschillende momenten naar voren kunnen komen. Je hoeft Jung niet te kennen. Je hoeft zijn ideeën ook niet volledig te onderschrijven. Maar je kunt jezelf wel een interessante vraag stellen:

Hoeveel van wat mij stuurt, heb ik werkelijk bewust gekozen?

EN DAN GEBEURT ER IETS.

Je partner zegt iets wat je raakt. Een collega kijkt anders dan anders en jij denkt meteen: wat heb ik verkeerd gedaan? Iemand geeft kritiek. Je kind luistert niet. Een klant wijst je af. Je baas neemt een beslissing die je niet begrijpt.

  • Je voelt je niet gezien.
  • Niet gehoord.
  • Niet begrepen.
  • Misschien zelfs afgewezen.

En voordat je goed beseft wat er gebeurt, reageer je.

  • Je wordt boos.
  • Je trekt je terug.
  • Je gaat pleasen.
  • Je verdedigt jezelf, probeert de controle te houden, maakt jezelf kleiner of gaat juist harder praten om gehoord te worden.
  • Misschien klap je helemaal dicht en voel je ineens niets meer.

Achteraf vraag je jezelf af:

Waarom deed ik nou zo?

Dat is een interessante vraag.

Maar ik stel er liever eerst een andere:

Wie reageerde hier?

Of nog preciezer:

Vanuit welke plek in jou kwam deze reactie?

We kunnen vanuit veel verschillende plekken reageren. Soms kun je rustig waarnemen wat er gebeurt en bewust kiezen wat je ermee wilt. Maar soms wordt er iets geraakt en neemt een ander deel het over. Een oude angst. Een eerdere ervaring. Een overtuiging die je ooit over jezelf hebt gevormd. Een manier waarop je jezelf hebt leren beschermen. 

Misschien herken je het kind in jezelf dat bang is om afgewezen te worden. Het deel dat altijd sterk moet zijn omdat kwetsbaarheid ooit niet veilig voelde. Het deel dat controle zoekt omdat onzekerheid ondraaglijk lijkt. Of het deel dat wil vluchten zodra iemand dichtbij komt.

Soms weet je niet precies waar een reactie vandaan komt. Je merkt alleen:

Dit is groter dan wat er nu werkelijk gebeurt.

Verschillende psychologische stromingen gebruiken daar woorden voor als delen, patronen, schema’s, archetypen, beschermingsmechanismen of overlevingsstrategieën.

Zelf gebruik ik graag het woord plek. Omdat je dan niet direct hoeft vast te leggen wat iets is. Je kunt eerst nieuwsgierig kijken: Vanuit welke plek in mij beleef ik dit? Vanuit welke plek reageer ik? En wat probeert die plek voor mij te beschermen?

Die plek is niet verkeerd.

  • Misschien heeft aanpassen je ooit geholpen om erbij te horen.
  • Misschien gaf controle je veiligheid.
  • Misschien hielp je zelfstandigheid je door een moeilijke periode.
  • Misschien heeft je kracht je gebracht waar je vandaag bent.
  • Maar wat ooit nodig was, hoeft niet automatisch de plek te zijn van waaruit je vandaag nog wilt leven.

Dat verschil is voor mij essentieel.

JE BENT NIET JE TRAUMA

Je bent niet je angst. Niet je onzekerheid. Niet je patroon, je overtuiging of je trauma. Net zoals je niet alleen je sterke, liefdevolle, ambitieuze of creatieve kant bent. Het zijn allemaal delen van jouw binnenwereld. Sommige laat je graag zien. Andere houd je liever verborgen. Sommige ken je door en door. En van andere weet je niet eens dat ze bestaan, totdat iets of iemand ze wakker maakt.

Maar geen van die delen hoeft alleen te bepalen: Dit is wie ik ben. Daar ontstaat ruimte. Want zodra je kunt waarnemen: hé, dit gebeurt nu in mij, ontstaat er iets tussen wat je voelt en wat je vervolgens doet.

  • Je hoeft een gevoel niet weg te drukken.
  • Je hoeft een deel niet af te wijzen.
  • Je hoeft jezelf niet onmiddellijk te repareren.
  • Je mag eerst werkelijk zien wat er is.

En daarna onderzoeken:

Wil ik deze plek laten beslissen? Alles in jou mag gezien worden. Maar niet alles in jou hoeft aan het stuur te zitten.

EN DAN KOMT DE ANDER ERBIJ

Tot nu toe ging het over jouw binnenwereld. Maar zodra je iemand ontmoet, brengt diegene net zo’n complete wereld met zich mee. Wanneer jij naar je partner, collega, kind of klant kijkt, zie je niet alleen de persoon die voor je staat.

  • Je kijkt ook door je eigen geschiedenis.
  • Door wat je hebt meegemaakt.
  • Door wat je verwacht, vreest, verlangt en nodig denkt te hebben.

Je hebt een beeld van jezelf. Een beeld van de ander. En vaak ook nog een beeld van hoe die ander waarschijnlijk naar jou kijkt.

Aan de overkant gebeurt precies hetzelfde. Terwijl jullie denken dat jullie met z’n tweeën praten, zit er onder de oppervlakte een compleet gezelschap aan tafel. Geen wonder dat communicatie soms ingewikkeld is. Je denkt dat je ruzie hebt omdat de vaatwasser niet is uitgeruimd.

Maar onder de woorden leven misschien heel andere vragen:

  • Zie jij mij wel?
  • Ben ik belangrijk voor je?
  • Moet ik alles alleen doen?
  • Doe ik het alweer niet goed?
  • Kan ik jou vertrouwen?

De woorden gaan over de vaatwasser.

De werkelijke communicatie gaat over wat er in jullie wordt geraakt.

DAAROM BEGINT VERBINDING VOOR MIJ NIET BIJ DE ANDER

Verbinding begint bij werkelijk durven zien.

  • Kun je zien wat er in jou gebeurt zonder jezelf ervoor te veroordelen?
  • Kun je de ander zien zoals die werkelijk is, zonder hem te maken tot degene die jij nodig hebt?
  • En kun je bij jezelf blijven terwijl je je opent voor de ander?

Werkelijke verbinding betekent niet dat je altijd hetzelfde voelt, denkt of wilt. Het betekent niet dat je jezelf aanpast om de relatie te bewaren. Het betekent ook niet dat je samensmelt, alles begrijpt of nooit meer botst. Verbinding ontstaat wanneer ik mijzelf werkelijk kan zien, jou werkelijk kan zien en geen van ons daarvoor iemand anders hoeft te worden.

  • Ik blijf bij mij.
  • Ik laat jou bij jou.

En vanuit die twee werkelijkheden kunnen we elkaar ontmoeten. Daarom ben ik niet alleen nieuwsgierig naar wat iemand zegt.

Ik wil weten wie er spreekt.

  • Wie zoekt contact?
  • Wie wil gelijk krijgen?
  • Wie probeert afwijzing te voorkomen?
  • Wie houdt afstand?
  • Wie verlangt ernaar werkelijk gezien te worden?

Dezelfde woorden kunnen worden uitgesproken vanuit angst, controle, bewijsdrang of liefde. De plek van waaruit je ze uitspreekt, verandert alles. Je binnenwereld blijft namelijk niet netjes binnen. Ze reist mee in je stem, je houding, je blik, je stilte, de woorden die je kiest en in wat de ander bij jou voelt.

EN DAT GELDT NIET ALLEEN VOOR VERBINDING

Je neemt jezelf overal mee naartoe.

  • Degene die thuis ruzie maakt met zijn partner, gaat de volgende ochtend ook naar kantoor.
  • Degene die bang is om afgewezen te worden, neemt die angst mee naar een sollicitatiegesprek.
  • Degene die altijd sterk moest zijn, kan een krachtige leider worden en tegelijkertijd moeite hebben om hulp te vragen.

En iemand die diep vanbinnen gelooft dat hij zichzelf moet bewijzen om ertoe te doen, kan vanuit die plek een indrukwekkend bedrijf bouwen.

Daarom stel ik de vraag WIE niet alleen wanneer iemand vastloopt.

  • Ik stel haar ook bij succes.
  • Bij leiderschap.
  • Bij ondernemerschap.
  • Bij relaties.
  • Bij ouderschap.
  • Bij communicatie.
  • Bij merken.
  • Bij creativiteit.
  • Bij alles wat wij als mensen vormgeven.

Want aan de buitenkant kan iets prachtig, succesvol en krachtig lijken, terwijl het vanbinnen is ontstaan uit angst, controle of de honger naar erkenning. En andersom kan een klein en eenvoudig besluit voortkomen uit een plek die volkomen waar voelt.

Daarom vraag ik niet alleen:

Wat wil je creëren?

Ik vraag:

Wie in jou creëert dit?

Want alles wat je creëert laat uiteindelijk zien vanuit welke plek je creëert.

PERSOONLIJKE ONTWIKKELING BETEKENT VOOR MIJ DAAROM IETS ANDERS

We maken van persoonlijke ontwikkeling soms een eindeloos project om onszelf te verbeteren.

  • Nog een techniek.
  • Nog een boek.
  • Nog een opleiding.
  • Nog beter communiceren.
  • Nog productiever worden.
  • Nog harder werken aan de beste versie van jezelf.

Maar misschien hoef je niet méér te worden. Misschien mag je ontdekken wie je al bent. Het woord ontwikkelen zegt het eigenlijk prachtig:

ont-wikkelen.

Laag voor laag onderzoeken wat zich gedurende je leven om jou heen heeft gewikkeld.

  • Wat heb je geleerd?
  • Wat heb je overgenomen?
  • Welke verhalen ben je over jezelf gaan geloven?
  • Welke rollen ben je gaan spelen?
  • Wat heeft jou beschermd?
  • Wat hielp je ooit verbonden te blijven?
  • En wat zorgt er nu juist voor dat je jezelf verlaat?

Niet om alles wat jou gevormd heeft weg te gooien. Het hoort bij je. Het heeft je mede gebracht waar je vandaag bent. Maar je mag wel leren onderscheiden wat er in jou gebeurt. Zodat je kunt herkennen:

  • Ja, ik ken deze plek.
  • Ik begrijp waarom ik hier terechtkom.
  • Ik hoef haar niet af te wijzen.

Maar ik hoef haar ook niet automatisch mijn leven te laten bepalen. Daar ontstaat keuzevrijheid. Niet doordat je nooit meer bang, onzeker, boos of geraakt bent. Wel doordat je niet langer alles wat in jou verschijnt voor de volledige waarheid hoeft aan te nemen.

MAAR WIE BEN JE DAN WERKELIJK?

Dat blijft natuurlijk de vraag. Misschien verwacht je dat ik na al dat onderzoeken inmiddels een sluitend antwoord heb. Niet dus. Ik weet niet of er één vaststaand antwoord bestaat. Misschien is WIE? geen vraag die je één keer beantwoordt en daarna kunt afvinken. Misschien is het een vraag die je hele leven met je meegroeit.

Jung gebruikte daarvoor het begrip individuatie: het proces waarin je steeds meer van jezelf leert kennen, ook de kanten die buiten je bewuste zelfbeeld vallen, en die leert opnemen in het geheel van wie je bent.

Dat raakt voor mij iets wezenlijks.

  • Niet een nieuwe identiteit bouwen.
  • Niet alleen je mooie kanten omarmen.
  • Niet je pijnlijke of ongemakkelijke delen wegwerken.

Maar steeds meer ontdekken wat er allemaal in jou leeft en leren hoe die verschillende delen met elkaar verbonden kunnen zijn. Niet worden wie je denkt te moeten zijn. Steeds vollediger worden wie je al bent. Ik noem dat thuiskomen. Niet omdat je daar altijd rustig, gelukkig of volledig in balans bent. Dat lijkt me bovendien nogal saai. Maar omdat er plekken in jezelf zijn waarop je voelt:

Ja, dit klopt. Je hoeft jezelf daar niet groter te maken. Niet kleiner. Je hoeft jezelf niet te bewijzen, te verbergen of anders voor te doen. Je kunt jezelf zien. Je kunt de ander zien. En je kunt kiezen vanuit een plek die vandaag werkelijk bij je past.

Misschien is dat wel het dichtst bij een antwoord op WIE? dat ik op dit moment kan komen.

DUS STEL DE VRAAG EENS

De volgende keer dat iets je raakt, je vastloopt, een belangrijke keuze moet maken of jezelf iets ziet doen waarvan je denkt: waarom doe ik dit nou weer? - zoek dan niet onmiddellijk naar een oplossing.

Word eerst nieuwsgierig.

  • Wie kijkt hier?
  • Wie voelt dit?
  • Wie reageert?
  • Wie beschermt mij?
  • Wie zoekt verbinding?
  • Wie verlaat zichzelf?
  • Wie communiceert?
  • Wie kiest?
  • Wie creëert?
  • En vanuit welke plek in mij gebeurt dat?

Misschien verandert er op dat moment nog helemaal niets. Maar je ziet iets wat daarvoor onzichtbaar bleef. Je ziet jezelf iets vollediger. En misschien kun je daardoor ook de ander iets werkelijker zien.

Volgens mij begint daar iedere echte verandering.

En iedere werkelijke verbinding.

En jij? Vanuit welke plek leef jij?

Je hoeft jezelf niet opnieuw uit te vinden. Je hoeft niet eerst een betere versie van jezelf te worden. Misschien mag je beginnen met werkelijk kijken naar wat er al in jou leeft. Niet om jezelf te beoordelen. Wel om steeds eerlijker te kunnen voelen: Wie is hier aan het stuur? Vanuit welke plek verbind ik mij?

En wie wil ik vandaag zijn?